Arjan Hut

Arjan Hut (1976) werd in januari 2005 op Nationale Gedichtendag gekozen tot stadsdichter van Ljouwert/Leeuwarden voor de periode van twee jaar. De jury loofde de effectiviteit van Huts beeldende taal, die de lezer met andere ogen naar vertrouwde plekken in de stad liet kijken. In 2007 verscheen de oogst van twee jaar stadsdichterschap: de tweetalige bundel 0506. Stedsgedichten & klokslach fan Ljouwert. Hut was allesbehalve een ‘stadsomroeper, lintjesknipper of representatierijmer’ geweest; de stad had hem gediend als een middel om zich artistiek te uiten, zoals Harmen Wind stelde in zijn recensie. In de bundel springt een lang gedicht in het oog, ‘Vuurtoren de Oldehou / Firewall m’n smoel’, waarin hij de haat-liefdeverhouding met zijn opdrachtgevers en wat zij in de stad bewerken thematiseert. Tijdens en na zijn stadsdichterschap verzorgde Hut een wekelijkse radiocolumn voor Omrop Fryslân, in 2008 gebundeld als Onferjitlik lok, helder geschreven bijdragen met een relativerende inslag.
Tiny Mulder

Het levensverhaal van Tiny Mulder (1921) werd uit haar mond opgetekend door Geart de Vries en verscheen in 2006 als Foar alles is in tiid. Na de oorlog, waarin ze als koerierster een rol had gespeeld in het verzet, kwam ze als journalist in dienst van het Friesch Dagblad, en bleef dat tot 1986. Ze schreef literaire kritieken, verzorgde een kinderrubriek en de vrouwenpagina, maakte vertalingen en schreef korte verhalen. In 1981 publiceerde ze de succesvolle roman Tin iis (‘Gevaarlijk ijs’), over een gezin in oorlogstijd. Al in haar tienerjaren schreef ze gedichten in de losse stijl die haar latere poëzie typeert. Haar poëziedebuut, Oranje paraplu, verscheen in 1962. Vier poëziebundels volgden. In 1986 werd haar poëzie bekroond met de Gysbert Japicxpriis en in 2001 verscheen het verzameld dichtwerk Bitterswiet. De titel was ontleend aan haar bekendste gedicht, dat in datzelfde jaar apart verscheen met vertalingen in 83 talen.
Albertina Soepboer

Albertina Soepboer (1969) publiceerde na haar debuut Gearslach (‘Wantij’, 1995) tien dichtbundels, zowel in het Fries als in het Nederlands. In haar poëzie is meertaligheid een belangrijk thema. Een ander belangrijk thema is het landschap. Het wad komt vaak terug in haar poëzie, maar ook haar passie voor reizen speelt een rol. Haar voorlaatste Friese bundel De fjoerbidders (‘De vuurbidders’, 2003) is een hecht gecomponeerde cyclus over liefde en bedrog. Door citaten, motto’s en verwijzingen is veel poëzie van Soepboer sterk verbonden met de werelden van film, popmuziek en literatuur. Zij is regelmatig te horen op festivals als Poetry International.
Naast poëzie schrijft Soepboer toneelteksten en proza. In 2008 verscheen haar verhalenbundel Reistiid, lyrisch proza dat zich afspeelt in andere landen of andere tijden. Website www.albertinasoepboer.nl.


