Een geschiedenis van Nederland

Op het moment dat ik dit schrijf wordt de ‘Canon van Nederland’ gepresenteerd. In het afgewogen werkstuk dat de Commissie Van Oostrom heeft afgeleverd is opmerkelijk veel ruimte voor alles wat met ons koloniaal verleden samenhangt. In de loop van het proces had Van Oostrom al eerder met zoveel woorden laten weten dat men niet moest denken dat een canon uitsluitend met klaroenstoten zou kunnen worden ontvangen. Er zouden zeker ook allerlei zwarte bladzijden in het grootboek van onze geschiedenis staan, bladzijden die evenzeer als alle andere ons collectieve geheugen weerspiegelen, maar niet noodzakelijkerwijs ook onze identiteit, zo stelt de Commissie.

Met die stellingname neemt de Commissie – filosofisch – enigszins afstand van de discussie die de afgelopen jaren woedde over onze nationale identiteit, en de vraag of kennis van onze geschiedenis identiteitsvormend zou kunnen zijn: het Nederlandse zou identificeren of versterken. Liever dan het stabiele, statische en gevormde is de Commissie – terecht – uitgegaan van het beweeglijke kader van een geschiedenis; een canon, die bewust maakt en vormt zonder een mal te creëren. Zij die rond de afgelopen eeuwwende riepen om identiteit, zij die, in een samenleving die allengs multicultureel is geworden, verlangden naar een elementair, vaststaand idee van het Nederlandse, worden in de nu vastgestelde canon fijntjes van repliek gediend.

Wit en zwart

In de lijst van vijftig items (vensters) staat Spinoza subtiel naast Slavernij, gaat de Grondwet vooraf aan Max Havelaar (aanklacht tegen wantoestanden in Indië) en staan ook Anne Frank (jodenvervolging) en Indonesië (Indonesië bevecht zijn onafhankelijkheid) zusterlijk naast elkaar. En zelfs Srebrenica is opgenomen, als een van de ribben van onze geschiedenis waarin leven wordt geblazen. Met die keuze maakt de Commissie ook een keuze voor een nooit volledig te doorgronden en nooit volledig te bevatten weefsel van verhalen die elkaar raken, aanvullen, beïnvloeden. Wit en zwart lopen dooreen.

De canon van Nederland is geen louter rooskleurig verhaal, de geschiedenis vormt niet slechts, maar moet ook worden gedacht, verwerkt, bewältigt zeggen de Duitsers. Het is in het licht van de geschiedenis, en evenzeer in de aanvaarding van het duister dat wij, zo mogen wij concluderen, mogelijkerwijs beslissingen kunnen nemen die onze samenleving ten goede komen. Als dat idee identiteitsvormend is, dan is er veel gewonnen. De geschiedenis van Nederland, zoals neergelegd in deze canon, kent vele kritieke momenten, momenten van verstarring en verblinding, naast momenten van uitzicht en inzicht. Dat te erkennen en daarmee te werken lijkt mij de voornaamste opdracht van deze canon, die geen dictaat wil zijn, maar uitnodigt tot gesprek.

Heel Hollands

In het hoofdcommentaar van de Volkskrant d.d. 17 oktober werd die uitnodiging tot gesprek heel Hollands genoemd, dat is waar. In zoverre valt er uiteindelijk wel degelijk iets te zeggen over identiteit, deze canon is – vergeef mij – een weliswaar bijzonder intelligent, maar ook heel Nederlands product. Die uitnodiging tot gesprek bevalt mij echter wel, het is juist in de samenspraak, in de dialoog dat de menigvuldige bladzijden van onze geschiedenis tot leven kunnen komen. Alleen zo, werkende met dit weefsel van verhalen zullen kinderen – en voor hen is deze canon in de eerste plaats bedoeld – de verwarring van de eigen tijd beter verstaan en hopelijk daarnaar handelen. Deze geschiedenis bestuderende kan een kind begrijpen waarom Pim Fortuyn, de ‘grootste Nederlander van onze geschiedenis’ niet in de canon van Nederland is opgenomen.

Henk Pröpper

Gepubliceerd: 16 oktober 2006 [ columns ]

Reageer

Mocht dit de eerste keer zijn dat u een reactie schrijft, dan moet uw reactie eerst worden goedgekeurd voordat deze op de site verschijnt. Deze pauze is ingelast om het nare spammers wat lastiger te maken. Dank voor uw geduld.





Een geschiedenis van Nederland

Zoek